Verslag expertmeeting 26 januari 2018 – Creativiteit vanuit Traditie

Op vrijdag 26 januari startte het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed officieel met een expertmeeting over creativiteit op het snijvlak van design en erfgoed. Crafts Council Nederland had voor deze gelegenheid een gemêleerde groep sprekers uit haar netwerk bij elkaar gebracht in Het Scheepvaartmuseum. Samen met de zaal gaven zij hun visie op de betekenis van erfgoed en ambachtelijke tradities voor de hedendaagse designpraktijk van jonge ontwerpers en kunstenaars.

Opening van het Jaar

De zaal zit goed vol met zo’n 60 à 70 personen als Mirjam Blott, projectleider van het Europees Erfgoedjaar, alle aanwezigen van harte welkom heet. De eerste expertmeeting van het Jaar is een prachtige productie geworden van Crafts Council, in samenwerking met Het Scheepvaartmuseum. Precies waar het Jaar voor bedoeld is: het verbinden van organisaties en publiek met activiteiten die het thema van culturele diversiteit van ons erfgoed uitdragen. “Erfgoed is grenzeloos.”
Deze expertmeeting is de eerste in een reeks van maandelijkse bijeenkomsten voor erfgoed-professionals die in het kader van het Europees Erfgoedjaar zullen worden georganiseerd. Aan het eind van het jaar wordt de balans opgemaakt en laten we de opbrengsten van het Europees Jaar zien. Het doel is om iets blijvends neer te zetten op het gebied van Europese culturele diversiteit, spreekt Blott haar ambitie uit.

Hierna spreekt Marion Poortvliet, oprichter van Crafts Council Nederland. Deze organisatie is het overkoepelend platform voor het creatieve ambacht en is onder meer de verbindende schakel tussen ambachtslieden, het onderwijs en de creatieve industrie. Het werken en leren met de handen is in Nederland op de achtergrond geraakt, waardoor de nieuwste generatie er niet vanzelfsprekend mee in aanraking komt. Zonder beoefening verdwijnt ambachtelijke kennis in een rap tempo. Het is een verantwoordelijkheid van het hele ‘craftsdomein’ om de ambachtelijke kennis te laten voortbestaan. Het gaat daarbij niet om een nostalgisch terugkijken naar hoe het ooit was, maar over het behoud van kennis die in eeuwen en soms in duizenden jaren is opgebouwd. Kennis die ingezet kan worden voor uitdagingen van deze tijd, zoals duurzaamheid, sociale innovatie en productinnovatie. Zij is dan ook erg verheugd dat een aantal jonge ontwerpers en experts vanmiddag komen vertellen over hun fascinatie voor ambachten en tradities en hoe zij eeuwenoude kennis gebruiken om er een eigentijdse betekenis aan te geven.

Internationale verrijking

“Het was me een weekje wel”, concludeert Vera Carasso, directeur museale zaken van Het Scheepvaartmuseum, aan het begin van haar presentatie. Het Mauritshuis verplaatste een buste van haar naamgever van de entreehal naar het depot en de discussie over standbeelden en straatnamen van koloniale bewindvoerders laaide in alle hevigheid op. Dit alles toont dat het denken over de beladen kanten van de Nederlandse (koloniale) geschiedenis volop in beweging is. De plek waar deze expertmeeting vandaag gehouden wordt, het grootste pakhuis van de Admiraliteit, laat als geen ander zien hoe de omgang met andere culturen de Nederlandse samenleving heeft verrijkt, zowel financieel als materieel en mentaal. Carasso benadrukt hoe belangrijk het is om de complexiteit van deze internationale culturele uitwisseling te vertellen en te tonen. Juist de traditie van ambachten, onze materiële cultuur, vertelt hoe groot de impact van de wereld op ons land is geweest. Zonder al die schepen was de impact van de wereld op Nederland niet mogelijk geweest, en andersom.
In 2020 zal het Scheepvaartmuseum een grote tentoonstelling wijden aan de maritieme impact op de Nederlandse samenleving. Dat wordt een verbindend verhaal waarin zowel de negatieve als de positieve impact van de wisselstroom tussen Nederland en de wereld die al eeuwenlang bestaat, zal worden geduid. Zonder producten en ambachten is dit verhaal niet compleet.

Batik, Nederland en Europa

De presentatie van Itie van Hout, voormalig conservator Indonesisch textiel bij het Tropenmuseum, sluit goed aan op de strekking van Carasso’s verhaal. De Indonesische textielcultuur, en met name de batik, behoort tot een van de indrukwekkendste ambachten uit Zuidoost-Azië. Geen wonder dus dat de Nederlanders al vroeg belangstelling ontwikkelden voor deze kunstvorm. De Europese fascinatie voor de batikcultuur komt op in de tweede helft van de 19de en heeft zijn hoogtepunt in het begin van de 20ste eeuw. Onder invloed van de Arts & Crafts Movement groeide de interesse voor decoratieve kunsten en kunstnijverheid. Door de grote internationale Wereldtentoonstellingen werd een esthetische belangstelling voor Aziatisch textiel opgewekt onder het kunstminnend publiek en kunstenaars.

Echter, het bewaren van batik was in het Europese klimaat geen sinecure. Met als gevolg dat Nederlandse textielfabrieken omstreeks 1900 een batiktechniek ontwikkelden die wel bestand was tegen het Europese klimaat: batik op katoen. Op grote schaal werden batikmotieven in de Nederlandse textielproductie verwerkt. Maar ook Nederlandse kunstenaars lieten zich inspireren door de Indonesische beeldtaal. Via deze Nederlandse kunstenaars bereikten Indonesische batikmotieven uiteindelijk de Franse mode en Europees ontwerp. Het ambachtelijke en ornamentele aspect van deze exotische kunstvorm sloeg erg aan bij de Art Nouveau-beweging. Hiermee is het gebruik van batikmotieven in de Europese kunstnijverheid rond 1900 een boeiend voorbeeld van de kruisbestuiving en internationale uitwisseling tussen ambachtelijke traditie en beeldende kunst.

Traditie en innovatie

Dan volgt een serie van drie pecha kucha’s (korte en snelle presentaties) van jonge designers die zich laten inspireren door ambachtelijke tradities en technieken. De Marokkaans-Nederlandse Mina Abouzahra groeide op in twee werelden. Zij laat zien hoe haar werk een uiting is van haar persoonlijke zoektocht naar het samenbrengen van de ambachtelijke Marokkaanse traditie met de Nederlandse hang naar innovatie.
Mandenmaakster Esmé Hofman is een van de weinigen in Nederland die de techniek van het fijnscheenvlechtwerk beheerst. Zij werkt samen met ontwerpers en kunstenaars wiens designs Hofman in hoogwaardig vlechtwerk realiseert. Door deze samenwerkingen wordt haar de kans geboden regelmatig over de grenzen van haar eigen ambacht heen te kijken. In het buitenland merkte Hofman dat er meer respect is voor vakmanschap. In Europa, en zeker in Nederland, wordt het conceptuele aspect van creativiteit belangrijker gevonden dan de technische vaardigheid. Zij heeft het gevoel dat zij zich moet verontschuldigen voor haar ‘handenarbeid.’

Hedwig Saam, directeur van het Nationaal Militair Museum en de moderator van vanmiddag, geeft een korte reflectie op de presentaties. Uit het verhaal van Hofman blijkt dat onze West-Europese kijk op creativiteit gedomineerd wordt door de conceptuele en innovatieve aspecten. In ons onderwijssysteem zou veel meer aandacht aan handenarbeid gegeven moeten worden, aan de technische vaardigheden, zoals in Azië. Uit onderzoekt blijkt overigens dat voor de cognitieve ontwikkeling van kinderen het belangrijk is met de handen te werken; schrijven (fijne motoriek) stimuleert bijvoorbeeld de hersenen. Een heldere oproep om verandering aan te brengen in ons educatiesysteem.

Cities of Glass

Afgelopen zomer vond in Leerdam de manifestatie ‘Cities of Glass’ plaats. Maartje Brattinga, curator van het Nationaal Glasmuseum, doet in haar presentatie verslag van dit internationale evenement. Het museum heeft als missie om de toekomst van het glas zeker te stellen. Door internationale initiatieven te ontplooien, zoals Cities of Glass, wil het museum kunstenaars kennis laten maken met de veelzijdigheid van dit erfgoed. Tien beeldend kunstenaars en ontwerpers gingen aan de slag met drie verschillende meesterglasblazers en hun teams afkomstig uit de ‘glassteden’ van Europa: Venetië, Novy Bor (Tsjechië) en Leerdam. Deze opzet zorgde voor een internationale uitwisseling van creativiteit en vakmanschap. Soms botste de lokale glasblaastraditie met de vrije artistieke intenties van de kunstenaars en ontwerpers. De dynamische relatie tussen glasblazer en ontwerper leverde verrassende glaswerken op die in Fort Asperen aan een breed publiek werden getoond. Door de positieve reacties van de deelnemers en het publiek, gaat het Glasmuseum meer van zulk soort internationale projecten uitvoeren, onder meer met glasblazers uit Scandinavië en Engeland.

Identiteit en inclusiviteit

Met de pecha kucha’s van Thijs Adriaans en Sophie Kiesouw nadert de expertmeeting haar einde. Modeontwerper, fotograaf en documentairemaker Adriaans heeft met zijn documentaire ‘Community dressing’ het gebruik van streekklederdracht onderzocht. Waarom besluiten mensen om dezelfde kleding te dragen en wat zegt klederdracht over hun identiteit? Hij was verrast door de kracht van de symboliek van streekdracht, die veel verder reikt dan alleen een gevoel van saamhorigheid, maar ook collectieve stemming en emotie uitdrukt. Adriaans heeft de traditie van streekdracht vertaald naar nieuwe vormen in zijn eigen kleding. Hiermee bevraagt hij ook wie eigenlijk de eigenaar van cultuur is. Mag hij de tradities en symboliek van streekdracht wel gebruiken in de kleding die hij maakt?

Sophie Kiesouw is verbonden aan Makers Unite, een stichting die zich inzet om de creatieve talenten van nieuwkomers te verbinden met de Nederlandse creatieve sector. Hiertoe is er een intensief programma opgezet om binnen zes weken een product te ontwikkelen dat het verhaal vertelt van de nieuwkomer en het (Nederlandse) ambacht. De samensmelting van het eeuwenoude Syrische ambacht van zeep maken met de Nederlandse hedendaagse keramiektechniek leverde een bijzonder zeepje op in een dito bakje. Dit product werd tijdens de laatste Dutch Design Week gepresenteerd en dit leidde weer tot nieuwe ideeën. Inmiddels is al een hele reeks van samenwerkingen tussen Nederlandse ontwerpers en vluchtelingen tot stand gekomen. Makers Unite wil met deze productlijn de creatieve sector van eigen bodem uitdagen om een steentje bij te dragen aan een meer inclusieve Nederlandse samenleving.

Tot slot stelt Hedwig Saam aan alle deelnemers de vraag of het belangrijk is dat ambachten blijven voortbestaan. Dat blijkt zo te zijn. Het pad van de ambachtsman is weliswaar niet makkelijk en duurt lang, maar de verhalen en tradities van ambachten voegen veel waarde toe aan de objecten die eruit voortkomen. Mensen hebben behoefte aan identiteit en een persoonlijke touch. De kennis die soms in eeuwen is ontwikkeld biedt veel mogelijkheden tot innovatie, niet alleen in product maar ook in de omgang met grondstoffen.